Mijn PTSS na EMDR

Na 16 behandelingen zaten mijn eerste behandelingen erop. Zowel mijn behandelaar als ik waren van mening dat de behandelingen onvoldoende effect gesorteerd hadden, waarna ik weer terug verwezen werd naar het Psychotrauma Diagnose Centrum in Diemen. Ik werd telefonisch benaderd voor een afspraak waarna ik weer geconsulteerd werd door dezelfde psycholoog die mij de eerste keer -voor het diagnostisch onderzoek- geconsulteerd had. Omdat het voor mijn behandelaar niet duidelijk was of er sprake was van een klinische depressie of depressieve klachten ten gevolge van het PTSS, werd ik uitgebreid geconsulteerd door de psychiater, die in ieder geval diagnosticeerde dat er in mijn geval geen sprake is van een klinische depressie. Voor wat het waard is, want de klachten die ik heb wijken niet of nauwelijks af van een klinische depressie.
Dat was het goede nieuws van die dag, want de vrees van mijn behandelaar en mijzelf bleek waarheid: ondanks de  behandelingen volgens het BEPP-protocol, bleek ik nog in behoorlijke mate last te hebben van het PTSS. De psychiater, welke verbonden is aan het PDC, adviseerde net zoals tijdens het eerste bezoek, met medicatie te starten om de depressieve gevoelens te onderdrukken. Enerzijds zou dit kunnen helpen om mijn slaapprobleem de baas te worden en anderzijds zou het verminderen van de depressieve gevoelens tot gevolg kunnen hebben dat de nog te volgen behandelingen tot een beter resultaat zouden kunnen komen. Hoewel ik deze medicatie, vooral vanwege het feit dat ik mij hierdoor de eerste weken slechter ga voelen, liever niet slik volgde ik het advies -tegen mijn zin in- toch maar op. Het feit dat ik me eerst slechter zou gaan voelen, waren niet de enige bezwaren die ik tegen een SSRI had, maar vooral ook het feit dat ze niet alleen de dalen afvlakken in de stemming, maar ook de pieken. Verder zijn er nogal wat bijwerkingen van deze middelen waar ik niet op zit te wachten. 

Hoe nu verder?
Door mijn klachten ben ik net in staat mijn dagelijks leven in redelijke banen te leiden, laat staan productieve arbeid te leveren. Mijn leidinggevenden en collega's begrijpen nog steeds weinig tot helemaal niets van de klachten die PTSS met zich meebrengt. Nog steeds zijn er er collega's die zeggen dat "we allemaal wel in meer of mindere mate PTSS hebben" en geven tips onder het mom van "toen ik een burn-out had". Het kost me teveel moeite om hier telkens tegen in te gaan en ik heb ook de indruk dat het helemaal niks helpt. Tot het moment dat ik zelf gediagnosticeerd werd met een PTSS had ik ook mijn eigen beeld, dat achteraf gezien, ook helemaal niet strookte met de werkelijkheid. Het toppunt was wel een collega die zei dat er op internet precies te lezen valt, wat je moet zeggen om gediagnosticeerd te worden met PTSS, daarmee suggererende dat... Het feit dat dit een collega is die niet bekend staat om zijn sociale vaardigheden, heeft mij geholpen om die uitspraak te relativeren, maar op het moment dat hij dat zei, kon ik hem wel bij zijn strot grijpen.
Hoewel er enkele mensen uit mijn omgeving die -met de beste bedoelingen- mij probeerden aan te sporen tot sociale activiteiten kon ik de energie daarvoor niet opbrengen. Ik merkte dat ik absoluut niet meer tegen drukte kon, veel mensen bij elkaar of gewoon teveel geluid zorgden ervoor dat ik onrustig werd en in paniek dreigde te raken. Dat werd op sommige momenten zo erg dat ik er zelfs agressief van kon worden en ik wilde dan alleen maar zo snel mogelijk weg uit die situatie. Zo werd een etentje met vrienden op een bepaald moment tot een kwelling en bij een goede vriend, verliet ik zijn verjaardag na nog geen twintig minuten binnen te zijn geweest. Noodzakelijke boodschappen deed ik zoveel mogelijk op momenten dat het niet druk was in de winkels.

De herinneringen aan de traumatische gebeurtenissen bleven met grote regelmaat de kop op steken en het kostte mij de grootste moeite om ze dan van mij af te zetten. Mijn lichaam reageerde op die momenten wisselend: de ene keer had ik het gevoel alsof iemand in mijn maag kneep, de andere keer begon ik te hyperventileren of leek mijn hart op hol te slaan. De nachten waarbij ik eigenlijk tot rust zou moeten kunnen komen werden wreed verstoord door dromen die deels te maken hebben met de traumatische gebeurtenissen maar soms werd ik ook wakker met een enorme hartslag. Als ik eenmaal wakker was probeerde ik natuurlijk weer slaap te vatten, maar bij alle geluiden die ik hoorde leek het wel of mijn lichaam in opperste staat van paraatheid kwam. Met grote regelmaat stond ik, wanneer ik buiten iemand door de straat hoorde lopen of wanneer ik een auto hoorde stoppen in de buurt van mijn woning, aan het raam om te kijken wie het was en wat diegene deed. Midden in de nacht zat ik in de woonkamer met een vleesmes op tafel om mijzelf te verdedigen tegen een eventuele indringer...
Ik zocht afleiding in mijn hobby's die ik heb, maar eigenlijk deed ik dat nog meer om mijn herinneringen en gevoelens te onderdrukken. Mijn grootste hobby was urbex-fotografie en het -hoe kan het ook anders- maken van webpagina's. Bij het maken van de foto's werd ik ook nog steeds enorm beperkt door mijn rugklachten die ook nog steeds in grote mate in mijn functioneren hinderden. Wandelingen langer dan ongeveer een kwartier werden een kwelling omdat mijn onderrug dan helemaal leek te verkrampen. Dit maakte wandelingen door de natuur, die zo goed schijnen te zijn, eigenlijk onmogelijk. Op de momenten dat ik het probeerde, werd ik ook meteen weer geconfronteerd met mijn fysieke disfunctioneren. De 'geneeskrachtige werking' van de wandeling wer op zo'n moment meteen tenietgedaan door de gevoelens van onvermogen dat ik nog niet eens meer een stukje kon wandelen. Met regelmaat bekroop mij dan het onaangename gevoel dat ik niks meer kon hebben en zowel fysiek als psychisch voelde ik mij dan een wrak.

Na enkele weken merkte ik echter dat -waarschijnlijk ten gevolge van de SSRI- mijn stemming begon te verbeteren en startte weer met de behandelingen bij mijn psycholoog. Ditmaal bleken de EMDR-behandelingen wel aan te slaan waardoor ik eindelijk weer licht aan het einde van de tunnel begon te zien. Ten gevolge van de depressie, die het gevolg was van het PTSS, kwam ik de deur nauwelijks meer uit. Ik wilde niemand zien en had geen behoefte aan visite, hoewel er ook niemand -vooral van mijn collega's- de interesse toonden of op visite wilde komen. In de hele periode dat ik ziek was, inmiddels al bijna 10 maanden, zijn er drie collega's geweest die de moeite genomen hebben om mij eens te komen bezoeken. Het toont voor mij duidelijk aan hoe hecht de familie is op het moment dat je zoiets overkomt. 

Door de effectieve EMDR-behandeling en de vasthoudendheid van mijn psycholoog begin ik langzaam maar zeker steeds meer grip op mijn leven terug te krijgen. Ik merk dat de herbeleving steeds minder heftig worden en dat de de herinneringen -die helaas niet uitgewist kunnen worden- mij niet meer uit mijn normale ritme van de dag halen. Bij tijd en wijlen komen steken ze nog wel eens de kop op, maar ik zie ze dan meer als belevingen die mij gevormd hebben tot de persoon die ik nu ben. Ik kan het niet beschrijven, maar het feit dat herinneringen je zo bezig hielden en ze je helemaal uit je dagritme haalden (ondanks dat ze al heel lang geleden plaats hebben gevonden) waren achteraf gezien, misschien wel de belangrijkste signalen dat er meer aan de hand was met mij dan alleen stress.

Fysiek ben ik nog steeds niet de oude, maar ik werk inmiddels aan mijn eigen herstel. De zogenaamde professionele behandelaars voor rugklachten hebben het uiteindelijk allemaal laten afweten omdat ze verstrikt zitten in vastgestelde protocollen waar PTSS niet in past. Ten gevolge mijn depressie was ik meer dan 30 kilo in gewicht toegenomen doordat ik de hele dag ongezond at en niet bewoog. De leegte die ik voelde in mijzelf, probeerde ik met eten te compenseren en in de illusie dat alcohol mij beter liet slapen en mijn herinneringen weg kon duwen, dronk ik gemiddeld 3 flessen kasteelbier (11% vol. alc.) per avond.
Geholpen door de positieve EMDR en de SSRI, besefte ik dat het roer om moest, wilde ik mijzelf niet helemaal de vernieling in helpen. Ik stelde mijzelf tot doel om binnen 20 weken, zeker 40 kilo af te vallen. Hiervoor ging ik van een ongezond leefpatroon naar gezonde voeding, waarin geen vlees, vet of toegevoegde suikers passen. Ondanks de medicatie (die normaal gesproken zorgt voor gewichtstoename naast een verminderd libido) begon ik gewicht te verliezen en merkte ik dat ik mij ook veel energieker ging voelen. Ik merkte dat wandelingen weer mogelijk werden, zonder te moeten stoppen vanwege de rugpijn, waardoor ik weer wat positieve energie begon te krijgen. Na een paar weken liep ik dagelijks een ronde van 8- 10 km in een behoorlijk tempo van meer 6 km/u. In de sportschool heb ik nu een persoonlijk programma laten opstellen dat in het begin vooral bedoeld is om mijn rugspieren en mijn core te verstevigen want ik begin zelfs weer te denken aan hardlopen. Hoe realistisch het doel is, moet ik nog even afwachten, maar binnen enkele maanden wil ik eigenlijk weer in staat zijn om 10 km te kunnen hardlopen.

Mentaal ben ik nog steeds niet de oude, maar ik begin er ook steeds meer van overtuigd te raken dat dit ook niet meer gaat gebeuren. Ik merk steeds meer dat ik tegen zaken in het leven anders begin aan te kijken en merk ook dat mijn tolerantiegrens lager is komen te liggen. Wat dit voor mijn invloed zal hebben op mijn leven zal ik moeten ondervinden, maar feit is dat het anders is dan voordat het PTSS had. Door deze veranderde inzichten en houding, weet ik zeker dat ik weer aan het werk wil gaan, of dit terugkeer in mijn oude functie betekend, kan ik nu nog niet zeggen omdat de behandelingen nog niet afgesloten zijn en ik daarmee niet kan zeggen wat het uiteindelijke resultaat is van de behandelingen.
Gelukkig merk ik wel dat een aantal van mijn sterke eigenschappen, waaronder de empathie voor mensen, weer terugkomen.
Mijn leven is in ieder geval blijvend veranderd door het PTSS, maar het gevoel van "What didn't kill you, makes you wish it did" begint langzaam maar zeker te veranderen in "What didn't kill you, makes you stronger".

Ik ben ervan overtuigd dat de medicatie (Citalopram) die ik nu nog slik, zeker een positieve invloed heeft gehad op mijn herstel. Ik voel me daardoor beter en de afvlakking van de stemmingspieken, blijven gelukkig beperkt voor mijn gevoel. De negatieve bijwerkingen die ik tot nu ondervind van de medicatie zijn vooral van seksuele aard (minder zin in sex) en hebben betrekking op mijn visus (waziger zien). Mijn doelstelling is daarom ook nog steeds om zo snel mogelijk, wanneer arts en psychiater dit verantwoord vinden, te stoppen met deze medicatie.

Het vervolg van mijn verhaal leest u hier...

Reactie toevoegen

(If you're a human, don't change the following field)
Your first name.
(If you're a human, don't change the following field)
Your first name.
(If you're a human, don't change the following field)
Your first name.

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • E-mail- en internetadressen worden automatisch aanklikbaar.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.