Partiële PTSS

Inmiddels is er weer bijna anderhalf jaar verstreken na het afsluiten van het, wat ik eerst dacht, laatste hoofdstuk van mijn ervaring. Toen ik dat hoofdstuk afsloot verkeerde ik in de veronderstelling dat ik het PTSS te boven was gekomen en dat ik mijn leven weer kon oppakken… Nadat de behandelingen voor het PTSS afgesloten waren, kreeg ik de diagnose dat mijn PTSS in remissie was, maar dat verdere behandeling wel nodig was. Met die boodschap ging ik terug naar de bedrijfsarts en verzocht hem om mij door te sturen voor een behandeling die aansloot bij mijn eerdere PTSS behandeling. Hoewel ik opperde om via het Centrum ’45 te zoeken naar vervolgbehandelingen of naar een andere zorgverlener –die gespecialiseerd was in het post PTSS behandelingen- wilde de bedrijfsarts daar -vanwege budgettaire redenen- niet toe besluiten en verwees mij door naar een bedrijf waarmee de bedrijfsarts eerder goede ervaringen had en dat zichzelf omschreef als “specialist in resultaatgerichte arbeidshulpverlening op maat bij lichte en zware psychische klachten. Gericht op organisaties neemt samen met u de regie over visie en uitvoering van arbeidsgezondheid en duurzaam werken, waarbij individueel klantgericht te werk wordt gegaan. Werkend vanuit de individuele kracht van mensen en gedreven door de passie voor mensenwerk kan uw organisatie op succesvolle wijze begeleiden, op een meer dirigerende dan aanlerende manier”.

Bij mijn eerste bezoek aan dat bedrijf was er voor mij een afspraak gemaakt bij een psycholoog, die kort naar mijn hulpvraag informeerde en mij vervolgens weer naar huis stuurde met de –inmiddels bekende- vragenlijsten. Toen ik die vragenlijsten kreeg, zakte de moed mij alweer snel in mijn schoenen, maar ik begreep ook dat het nodig was die lijsten voor de zesduizenddriehondervijfenzeventigste keer in te vullen. Een week later volgde de tweede afspraak en werd er met mij een gesprek aangegaan waar mij bij aanvang al te kennen werd gegeven dat er drie kwartier voor het gesprek ingepland was. Dat gesprek verliep al niet zo heel erg soepel en ik kreeg de indruk dat de jonge psychologe geen enkele ervaring had met het behandelen/ begeleiden van mensen met een PTSS. Tijdens het derde contactmoment met diezelfde psychologe sprak ik mijn twijfels die ik inmiddels had, uit over de gekozen behandeling en vroeg haar of zij ervaring had met behandelingen van mensen met een PTSS of een PTSS in remissie. Ze erkende dat ze daarmee geen enkele ervaring had, waarmee mijn eerdere vermoeden bevestigd werd. Op dat moment was ik het liefst meteen opgestaan en weggelopen uit de behandeling! In mijn oprechtheid zei ik ook meteen dat ik dan eigenlijk totaal geen meerwaarde zag in de ingeslagen weg, maar besloot ook om nadat ik daar met haar over gepraat had, de behandeling een kans van slagen te geven. Uiteindelijk ben ik nog vier keer in behandeling geweest. Daarna hebben we in goed overleg met elkaar, besloten de behandelingen te stoppen en in overleg met de verwijzer (de bedrijfsarts) te zoeken naar een behandeling die meer aansloot op mijn behoefte. Toen ik daarop, telefonisch contact opnam met de bedrijfsarts, vertelde hij dat de Nationale Politie eigen bedrijfsartsen in dienst ging nemen en dat het contract met de arbodienst waar hij in dienst was, over één week beëindigd zou worden.

De bedrijfsarts verwees mij daarom door naar de nieuwe bedrijfsarts in dienst van de politie. Na twee weken probeerde ik toen om via mijn leidinggevende, zoals de procedure het voorschrijft, een afspraak te maken bij de nieuwe bedrijfsarts. Het bleef echter angstvallig stil van de kant van de bedrijfsarts… Enkele weken en verschillende pogingen later, bleek dat de nieuwe bedrijfsarts langdurig ziek te zijn en dat het maken van een afspraak niet mogelijk bleek. Inmiddels was ik –zoals overeengekomen met de oude bedrijfsarts- gestart met een re-integratie bij de afdeling Real Time Intelligence Center (RTIC).
Het werk dat ik daar deed, sloot goed aan bij de kennis en vaardigheden die ik bezit op het gebied van geautomatiseerde systemen. De collega’s ontvingen mij met open armen en gaven mij het gevoel dat ik meer dan welkom was bij de afdeling. Men toonde begrip en interesse in mij, als mens maar zeker ook voor de klachten die ik nog steeds bleek te hebben. De arbeidsuren bouwde ik langzaam maar zeker steeds verder op en het werk dat ik deed voelde als echt politiewerk en ik had het er heel erg naar mijn zin. Ik merkte echter ook dat het werk psychisch belastend was en dat ik het soms ook nog mee naar huis nam. In eerste instantie schonk ik daar niet teveel aandacht aan en deelde mijn ervaringen en gevoelens daarbij ook.
De werkplek (het RTIC is ondergebracht in de integrale meldkamer van politie, brandweer en ambulancedienst) bleek echter steeds meer problemen te leveren en ik merkte dat ik steeds meer last kreeg van herbelevingen van verschillende traumatische incidenten. Dat had een dermate grote invloed op mij en mijn werk, dat ik moest stoppen met de werkzaamheden om te voorkomen dat mijn klachten, die inmiddels alweer behoorlijk aanwezig waren, zouden verergeren. Nadat ik weer volledig arbeidsongeschikt was, bleek dat het UWV (bij wie ik inmiddels ivm verlopen van het tweede ziektejaar een aanvraag voor de WIA had gedaan) mijn aanvraag voor de WIA niet in behandeling nam, omdat naar oordeel van het UWV, door de werkgever, te weinig was gedaan aan re-integratie. Het UWV legde derhalve een loonsanctie op aan de werkgever. Of dat mede de oorzaak was van het feit dat het toen opeens wel mogelijk bleek een (vervangende) bedrijfsarts te consulteren weet ik niet, maar na een paar maanden kon ik terecht bij de bedrijfsarts. Ik vertelde daar wat mijn klachten waren, maar dat ik toch gewoon weer aan het werk wilde. Naar zijn oordeel was ik echter 80 tot 100% arbeidsongeschikt en daarmee moest ik het maar doen.
Dit was voor mij een enorme klap, maar onder mijn motto “opgeven is geen optie” probeerde ik het enkele weken later nog eens. Helaas was de bedrijfsarts nog steeds dezelfde, vervangende bedrijfsarts en hij bleef bij zijn oordeel dat ik 80 tot 100% arbeidsongeschikt was. Ik herhaalde nogmaals dat ik graag wilde werken, maar naar zijn oordeel was er een groot verschil tussen willen en kunnen. Mijn klachten (herbelevingen, kort lontje, vermoeidheid, vermijden van gesprekken of situaties die mij aan traumatische gebeurtenissen herinnerden) namen steeds verder toe, maar ik merkte ook dat er een bepaalde gelatenheid was, waardoor de negatieve stemming gelukkig niet de overhand nam. Om niet teveel aan bloot te staan aan triggers keek ik al geen nieuws meer, heb ik bepaalde series die ik vroeger volgde, in de ban gedaan en heb ik mijn social-media, op Twitter na, helemaal in de ban gedaan.
Via mijn persoonlijk PTSS begeleider van de eenheid en met behulp van de vakbond ANPV waarvan ik lid ben, lukte het uiteindelijk om een telefonisch consult te krijgen bij een andere bedrijfsarts van de eenheid. Nadat die mijn klachten en verhaal aangehoord had, werd ik weer doorverwezen naar het Psychotrauma Diagnose Centrum (PDC) te Diemen, om te diagnosticeren wat er nu aan de hand is. Ik merkte ook dat ik heel emotioneel begon te reageren op zaken. De aanblik van een doodgereden eekhoorn met jong, brachten heftige emotionele reacties teweeg en tijdens mijn vakantie in de bergen werd ik geconfronteerd met het feit dat er aan herbelevingen eigenlijk niet te ontkomen valt. Dat waren voor mij –behalve een heel rotte ervaringen- ook een eyeopener. Na mijn vakantie ging ik weer naar Diemen en werd daar weer aan een uitgebreide diagnose onderworpen.

Gespreken met psychologen, beantwoorden van vragen en een gesprek met een psychiater, brachten uiteindelijk de diagnose Partiële PTSS. Vooral het feit dat ik niet geplaagd werd door negatieve stemmingen (depressiviteit) maakten dat de diagnose partiële PTSS is. Natuurlijk ben ik blij dat de diagnose niet alweer een volledig PTSS is, maar het lijkt er toch steeds meer op dat PTSS niet volledig lijkt te genezen, hoewel er deskundigen zijn die het tegendeel verkondigen (op Twitter). Inmiddels ben ik door het PDC weer terugverwezen naar mijn eerdere behandelaar: een man die mij het gevoel geeft dat hij begrijpt en vooral een deskundigheid op het gebied van PTSS.
Mijn werkgever heeft mij voorlopig, in het kader van mijn re-integratietraject, aan de planning van het basisteam toegevoegd. Het is zeker geen werk dat ik mijzelf mijn hele leven zie verrichten, maar het gevoel om weer aan het werk te zijn, maakt voor mij veel goed. Ervaringen uit het verleden doen mij beseffen dat het niet goed is om het hoofdstuk af te sluiten, maar voor nu, wil ik het er even bij laten...

Reactie toevoegen

(If you're a human, don't change the following field)
Your first name.
(If you're a human, don't change the following field)
Your first name.
(If you're a human, don't change the following field)
Your first name.

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • E-mail- en internetadressen worden automatisch aanklikbaar.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.