Afdrukken
Diagnose
2217

De DSM-V criteria voor PTSS verschillen ten opzichte van de DSM-IV criteria doordat er een tweetal duidelijke symptomen aan toegevoegd zijn. Dit betekent dat er t.o.v. de oude criteria, minder mensen gediagnosticeerd worden met PTSS. Hieronder leest u een opsomming van de criteria. 

Er moet sprake zijn van een trauma, dit houdt in:

  1. Het is de persoon direct overkomen;
  2. De persoon was getuige van de gebeurtenis;
  3. Een direct familielid of vriend van de persoon is het overkomen;
  4. De persoon wordt herhaaldelijk blootgesteld aan nare details van de ingrijpende gebeurtenis(sen) (bijv. politieagenten die herhaaldelijk worden blootgesteld aan de details van kindermisbruik).

Criterium 4 is niet van toepassing op blootstelling via elektronische media, televisie, films of afbeeldingen, tenzij deze blootstelling werk gerelateerd is (dus wel bijvoorbeeld bij de politie).

Er moet sprake zijn van de onderstaande symptomen:

1: Herbeleven:

2: Vermijden:

3: Negatieve gedachten en stemming:

4: Hyperactivatie:

Voor alle bovenstaande symptomen geldt: deze zijn begonnen of verslechterd na de traumatische gebeurtenis.

  1. De duur van de stoornis is langer dan één maand.
  2. De stoornis veroorzaakt klinisch significante lijdensdruk of beperkingen in het sociale of beroepsmatige funtioneren, of het functioneren op andere belangrijke terreinen.
  3. De stoornis kan niet worden toegeschreven aan de fysiologische effecten van een middel (zoals medicatie, alcohol) of aan een somatische aandoening.

(Bron: AMC)